Home
dichters
jaarlijsten
bronnen
COLOFON

Behorend tot: jaaroverzicht 1987 | vrouwenbloemlezingen               versie: 29-07-2014

Titel:
Mijn naaste naaste. Gedichten
van moeders en van dochters
Samengesteld door:
Ankie Peypers
Uitgeverij:
An Dekker, Amsterdam
Jaar van verschijning: 1987
Omvang: 76 p.
ISBN: 90 5071 032 8
Bijzonderheden:
Ondertitel op omslag: Gedichten
van moeders van dochters
.
2de druk november 1989.
Omslagontwerp: An Dekker
Zetwerk: Vidicom-Vidiset bv, Den Haag
Druk: Krips Repro Meppel

Motto van Neeltje Maria Min:
 hoe kan het zijn dat ik dit was?
 hoe kon ik worden die ik ben?




(Afbeelding: omslag 2de druk)

Google over dit boek

 

Voorwoord

Soms ga je niet zelf op ontdekkingsreis, maar word je ontdekt. Mij gebeurde dat toen ik toevallig gedichten over moeders en over dochters las. Ik kwam ze steeds vaker tegen en ze begonnen me te fascineren. Door ze met elkaar te vergelijken merkte ik dat er een enorm verschil is tussen de 'moedergedichten' van voor ongeveer 1940 en die uit de periode daarna. Natuur-lijk geldt dat voor de hele literatuur. De tweede wereldoorlog heeft ook daar een periode afgesloten, maar in de 'moederpoëzie' gebeurde iets heel ingrij-pends en bijzonders. In de oudere gedichten is er vrij veel overeenkomst in hoe dichters en dichteressen over De Moeder schreven. Niet dat ze onderling op elkaar leken, maar het vanzelfsprekende uitgangs-punt was dat van respect, liefde, verering. We zeiden U tegen onze ouders.

Dichteressen hebben, meer dan dichters, het thema van de moeder ontdekt en vernieuwd. Dat is niet onbegrijpelijk. Moeders en dochters zijn, naar de toe-komst en verleden toe, spiegels van elkaar. Het bij-zondere en soms onthutsende van de manier waarop dichteressen nu schrijven is, dat ze niet verhullen wat ze in die spiegel zien. Soms is dat tederheid, soms haat of verweer of begrip of spijt. Ze schrijven als moeders en als dochters, vanuit die nabijheid die 'levenslang' is, zoals Marijke van Hooff zegt, maar vooral schrijven ze als dichteressen, vanuit een eigen ervarings- en verbeeldingswereld.

In MIJN NAASTE NAASTE - een titel die ontleend is aan het gedicht Groot Slaaplied van Mischa de Vreede - heb ik een aantal van die gedichten samengebracht. De bundel is absoluut geen volledig overzicht van de poëzie over moeders en dochters van de laatste vijftig jaar. Ik heb een indruk willen geven van de veelzijdig-heid en de intensiteit van deze poëzie. Ik hoop dat veel dochters en moeders (en niet zij alleen) zichzelf en anderen erin herkennen, met een glimlach of een frons, zoals je dat in spiegels doet.

Ankie Peypers.

 


Bevat poëzie van
:

  Maris Bayar
Ida Boelhouwer
Carla Bogaards
Lummy Busstra
Margreet Buwalda
Elisabeth Eybers ZA
Ida Gerhardt
Suzette Mathilde Gotlieb
Christina Guirlande
Heleen Hildering
Marijke van Hooff
Joske Janszen
Jo Kalmijn-Spierenburg
Hanna Kirsten
Inge Lievaart
Hannes Meinkema
Christine Meyling
Hanny Michaëlis
Neeltje Maria Min
Loes Nobel
Diana Ozon
Ankie Peypers
Sonja Pos
Astrid Roemer
Eva van Sonderen
Lucienne Stassaert
Maria van der Steen
Elly Stolwijk
Bea Vianen
Chris Voets
Josephine Vonk
Mischa de Vreede
Annemarie de Waard
Elly de Waard
Chawwa Wijnberg


Namen als in boek. Niet-Nederlandstalige dichters vallen buiten het NPE-onderzoek.

terug naar boven

 

 Bloemlezing onderzocht door: Bart FM Droog / Jurgen Eissink, 1999 / 2013.


 
Deze pagina is mede mogelijk gemaakt door:

Vrienden van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie

partners



© De Nederlandse Poëzie Encyclopedie, 2013

Webdesign Revan Barlas