Home
dichters
jaarlijsten
bronnen
COLOFON

Behorend tot: jaaroverzicht 1957                                                      versie: 01-03-2013

Titel:
Vrije dichters
Verzameld door:
Joh. C.P. Alberts
Uitgeverij:
A.J.G. Strengholt's Uitgevers-maatschappij N.V., Amsterdam
Jaar van verschijning: [1957]
Omvang: 48 p.
Bijzonderheden:
'Avant-propos' door samensteller
[op binnenflap voorzijde].
Voorwoord 'Ter inleiding' door
H.P. van den Aardweg.

 

logo A.J.G. Strengholt
"Al 't jonge groeit staag"

 

 

 

Google over dit boek



Ter inleiding

De dichtkunst is in Nederland langzamerhand een zaak van geleide appreciatie geworden. Wie niet behoort tot een groepering, waarvan tenminste één hoofdman kunstoverheidsfunctionaris of een zeer goede vriend van een dergelijke functionaris is, zal zelden erkend worden als dichter, laat staan in aanmerking komen voor een prijs of een reisbeurs. Zijn en haar lot is meestal: doodgezwegen te worden!

Joh. C.P. Alberts, zelf gemeenlijk doodgezwegen (uitgezonderd door Jan de Hartog, die in het vaderland ook een te vaak doodgezwegene is, omdat hij de onbeschaamdheid gehad heeft zich een wereldfaam te verwerven buiten de permanente prijs- en subsidie-uitdelaars om!) vatte het plan op, om een daad van eenvoudige rechtvaardigheid te stellen, met het bundelen van gedichten van hen, die niet behoren tot het "Nederlands Bedrijfschap Poëzie", waarvan de verplichte contributie is: onderdanige hulde aan hen, die over de invloedrijkste relaties beschikken; leergierig luisteren naar wat de literatuur-professoren - die zelf veelal slechts middelmatige gedichten gepubliceerd hebben - op vergaderingen en door de microfoons verkondigen, op een toon alsof de Parnassus hun persoonlijk eigendom is; en tenslotte blijk van geschiktheid geven om een vriendje onder de vriendjes te zijn, dat wil zeggen: het juiste begrip hebben voor het, dat Bep Bas ophemelt, Bas Bep, Bos Bas en Bep, Bep weer Bos, en Bas ook weer Bos, enzovoorts.

Er is geschreven: "Wij achten de strijd van Alberts hopeloos. De kongsi zit daarvoor te goed in elkaar met op elke sleutelpositie ten departemente, in de jury's en in de tijdschriftredacties dezelfde vriendjes en vriendinnetjes!"

Dit is gezegd door de dichter A.J.D. van Oosten.

Misschien is de strijd toch niet zo hopeloos. En in elk geval is hij waard om gestreden te worden.

H.P. van den Aardweg


Fragment van tekst op omslagflap. Auteur: Joh. C.P. Alberts:

 

't Begin van 'Avant-propos'

Sprekende over de periodieke Louis d'Or voor onze tonelisten, zegt Neerlands waarlijk beste chroniquer (hij heeft dan ook nog nooit een douceurtje gehad): "Of zal men in een kleine kring blijven ronddraaien à l'instar van het vader-landse republiekje der letteren, waar op de paardjes van de draaimolen àlmaar dezelfde gezichten komen voorbij-hobbelen? Voor deze armzalige lach-wekkendheid blijve ons toneelleven gespaard... (...)

 

Bevat poëzie van:

 

Joh. C.P. Alberts
Tinie Brinkmann
Lydia Dalmijn
H. de F.T. †
Wim Gijsen
Leen Hartog
Wim Helsloot
Joris van Klaveren
Henk Köhler
C.M. Kok-de Haas

Hans Kroesen
Inge Lievaart
Gerrit Lugthart
Sacha Nieboer
Leo Pannekoek
Nico Scheepmaker
Elisabeth Schuurman
Netty Streef
Paul Wolters
 
 

    Namen als in boek.

Nico Scheepmaker schreef over deze bloemlezing:

"(...) Ik heb ook eens protest aangetekend tegen de opname van drie gedichten van me in het bundeltje "Vrije Dichters", verzameld door Joh. C. P. Alberts. Daarin stonden gedichten van Alberts zelf, van mij dus, en van Wim Helsloot, Elisabeth Schuurman, Leen Hartog, H. de F. T., Joris van Klaveren, Netty Streef, Leo Pannekoek, C. M. Kok-de Haas, Inge Lievaart, Gerrit Ligthart, Paul Wolters, Henk Kohier, Sacha Nieboer, Tinie Brinkmann, Wim Gijsen, Hans Kroesen en Lydia Dalmijn. Niemand van hen was gevraagd of ze daarin wilden worden opgenomen, het was hun zelfs niet meegedeeld. Uit de inleiding van H. P. van den Aardweg bleek, dat het om "doodgezwegen dichters" ging, niet behorend tot het "Nederlands Bedrijfschap Poëzie", dus niet in aanmerking komend voor een prijs of een reisbeurs omdat zij geen vriendjes hadden in de kring van kunstoverheidsfunctionarissen. Een wat klagelijk bundeltje dus, waarin ik me slecht thuisvoelde, want de drie opgenomen gedichten waren gepubliceerd in mijn tweede bundel "De Kip van Egypte" in de bekende Windroos-reeks, en ik kreeg er de Anne Frankprijs voor, zonder ook maar een van de juryleden behalve van naam te kennen. Misbruik van pure onwetendheid dus, maar dat heeft mij indertijd toch niet geïnspireerd tot het aanroepen van de rechter. Ik heb er een lacherig stukje over geschreven."

In: 'Trijfel', Leeuwarder Courant, 04-02-1980.
http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd%3A010621320%3Ampeg21%3Ap005%3Aa0132

Zie ook:

J.G. de Haas. 'Ongeleide dichtkunst'. Nieuwsblad van het Noorden, 30-11-1957. Bespreking 'Vrije dichters'.
http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd%3A010677760%3Ampeg21%3Ap018%3Aa0271

terug naar boven

 
Bloemlezing onderzocht door: Jurgen Eissink en Bart FM Droog, 2012-2013.


 
partners:

hit counter


© De Nederlandse Poëzie Encyclopedie, 2012-2013

Webdesign Revan Barlas